Groen licht voor experimentele opleidingen

Student en praktijkopleider in de zorg
Een experimenteerregeling waarbij mbo-scholen samen met het bedrijfsleven zelf nieuwe opleidingen kunnen ontwikkelen – daarvoor gaf het kabinet op 8 januari groen licht. SBB is overwegend positief. Wel gaf het bestuur de minister in een brief drie aandachtspunten mee.

Veel toekomstige beroepen liggen op het grensvlak van sectoren. Zo heeft de zorgsector steeds meer met technologie te maken, zoals zorgrobots, zorg op afstand, gezondheidsapps en nieuwe apparatuur. En de landbouwsector heeft steeds meer behoefte aan goed opgeleide werknemers met kennis van robotisering, drones, sensortechnologie, precisielandbouw en gps. Het mbo moet inspelen op dit soort ontwikkelingen. Dat was een van de redenen waarom de kwalificatiestructuur in het mbo is herzien.

De experimenteerregeling maakt het mogelijk dat mbo-scholen samen met het bedrijfsleven op regionaal niveau zelf nieuwe opleidingen ontwikkelen. Daardoor kunnen de scholen inspelen op actuele en innovatieve veranderingen op de arbeidsmarkt. En komen studenten beter beslagen ten ijs op hun werkplek van morgen.

Op grond van ervaringen met de herziening van de kwalificatiestructuur, geven onderwijs en bedrijfsleven binnen SBB de minister in een brief drie aandachtspunten mee:

  1. Bewaak de overzichtelijkheid van de kwalificatiestructuur en voorkom té veel nieuwe diplomavarianten. Er ligt nu een stabiele, landelijke structuur die ruimte biedt voor regionale accenten.
  2. Zorg dat mbo-diploma's hun waarde behouden. Studenten moeten ervan op aankunnen dat er voldoende behoefte is aan hun opleiding, ook buiten hun regio.
  3. Benut de mogelijkheden van de herziene kwalificatiestructuur volop en breng niet te snel nieuwe wijzigingen aan. Met de keuzedelen kunnen mbo-opleidingen snel inspelen op veranderingen in beroepen. Docenten moeten de tijd krijgen om herziene opleidingen goed vorm te geven.

Lees het nieuwsbericht op Rijksoverheid.nl