Thema's rond kwalificeren en examineren

Op deze pagina vindt u meer informatie over thema's rond kwalificeren en examineren. 

Beroepsvereisten en bijzondere vereisten

In de kwalificatiestructuur zijn wettelijke beroeps- en branchevereisten opgenomen. Beginnende beroepsbeoefenaren moeten voldoen aan specifieke wettelijke beroepsvereisten en/of branchevereisten om het beroep uit te oefenen.

Bekijk de bijbehorende notitie >

Examinering

Examinering is het sluitstuk van het opleidingstraject, gebaseerd op de kwalificatiestructuur. Onderwijs en bedrijfsleven spreken af hoe ze samenwerken zodat het bedrijfsleven vertrouwen heeft in de waarde van het diploma. Dit borgt wederzijds begrip en betrokkenheid. Wettelijk is vastgelegd dat onderwijsinstellingen eindverantwoordelijk zijn voor examinering.

Examenprofielen
Voor de meeste herziene kwalificaties zijn per sector examenafspraken vastgelegd in examenprofielen. De examenprofielen worden bij de kwalificatiedossiers gepubliceerd. Examenafspraken voor sectoroverstijgende kwalificatiedossiers en de entreeopleiding worden nader uitgewerkt onder verantwoordelijkheid van de sectorkamers en de thema-adviescommissie Entree.

Naar de examenprofielen

Meer informatie over examinering in het mbo: Servicepunt examinering mbo

Examinering talen

Voor elke mbo-opleiding heeft de minister generieke taal- en rekeneisen vastgesteld, die centraal geëxamineerd worden. Als het voor een beroep essentieel is om een taal te beheersen, is inrichting van het examen de verantwoordelijkheid van de school. Daarnaast zijn er keuzedelen ontwikkeld voor de Nederlandse taal en voor een aantal moderne vreemde talen.

Generieke taal-eisen voor elke mbo-opleiding: 2F of 3F, centraal examen
Voor elke mbo-opleiding heeft de minister generieke taal- en rekeneisen (zie s-bb.nl/generieke-eisen) vastgesteld. De centrale examens voor deze generieke examenonderdelen worden gefaseerd ingevoerd.

Meer informatie: www. steunpunttaalenrekenenmbo.nl

Beroepsspecifieke taal-eisen: vakkennis en vaardigheden, schoolexamen
Ook voor een beroep kan het essentieel zijn om Nederlands of een moderne vreemde taal te beheersen. Dit is in de kwalificatie zelf uitgewerkt bij de vereiste vakkennis en vaardigheden. Hierbij wordt géén referentieniveau genoemd. Het is de verantwoordelijkheid van de school om de examinering vorm te geven, ook de eventuele taaleisen binnen een kwalificatie. Wel is, als service, in het verantwoordingsdocument indicatief aangegeven met welk ERK-niveau de eisen vergelijkbaar zijn.

Keuzedelen voor doorstroom naar een hoger mbo-niveau: 3F, centraal examen
Voor Nederlands en voor rekenen zijn er keuzedelen op niveau 3F, die de doorstroom van de student naar een opleiding op niveau mbo-4 ondersteunen. Het keuzedeel rekenen 3F wordt afgesloten met deelname aan het centraal examen. Het keuzedeel Nederlands 3F wordt afgesloten met een centraal examen voor lezen/luisteren en instellingsexamens voor spreken, gesprekken voeren en schrijven. Voor het halen van het mbo-diploma is het nu nog niet nodig dat het examen voor de keuzedelen met goed gevolg is afgelegd. Dat zal vanaf 2018 wel het geval zijn.

Keuzedelen voor moderne vreemde talen in de beroepscontext: schoolexamen
Voor verschillende talen, waaronder Duits, zijn keuzedelen ontwikkeld op uiteenlopende ERK-niveaus (A1 t/m B2). Deze keuzedelen komen tegemoet aan de wensen van (grens)regio's en van branches met veel buitenlandse contacten. Examinering van deze keuzedelen is de verantwoordelijkheid van de school. Hieronder wordt toegelicht wat de eindniveaus van deze keuzedelen betekenen.

Beoogd eindniveau A2: praktische redzaamheid in de beroepscontext
Het bereiken van het A2-niveau, praktische redzaamheid in de beroepscontext, is het uitgangspunt. Hiervoor moet echter ook niveau A1 worden beheerst en geactiveerd. Bij de taalkennis en -vaardigheden worden daarom zowel de beheersingsvoorschriften voor niveau A1 als A2 beschreven. De examencommissie is verantwoordelijk voor de wijze waarop de school de taalvaardigheden in een keuzedeel examineert. De school bepaalt de werkwijze, de manier van beoordelen en het gewicht van de examenonderdelen. Op welke manier het examen daarvoor wordt ingericht en hoe de school tot een eindoordeel komt, wordt in het keuzedeel niet beschreven. Voor niet alle beroepen zijn alle taalvaardigheden echter even relevant.

Beoogd eindniveau B1: Zelfstandig taalgebruiker in de beroepscontext
Het bereiken van het B1-niveau, zelfstandig taalgebruiker in de beroepscontext, is het uitgangspunt. Hiervoor moet echter ook niveau A2 worden beheerst en geactiveerd. Bij de taalkennis en -vaardigheden worden daarom zowel de beheersingsvoorschriften voor niveau A2 als B1 beschreven. De examencommissie is verantwoordelijk voor de wijze waarop de school de taalvaardigheden in een keuzedeel examineert. De school bepaalt de werkwijze, de manier van beoordelen en het gewicht van de examenonderdelen. Op welke manier het examen daarvoor wordt ingericht en hoe de school tot een eindoordeel komt, wordt in het keuzedeel niet beschreven. Voor niet alle beroepen zijn alle taalvaardigheden echter even relevant.

Generieke kwalificatie-eisen

Naast specifieke, op het beroep gerichte kwalificatie-eisen stelt de minister generieke eisen vast: taal, rekenen en loopbaan en burgerschap.

Lees meer >

Herziening

De nieuwe kwalificatiedossiers hebben een verbeterde opbouw, omvang en transparantie. Scholen kunnen de nieuwe dossiers sinds 1 augustus 2015 vrijwillig invoeren. Per 1 augustus 2016 is dit verplicht.

Lees meer >

Herziening en bpv

SBB gebruikt bij de registratie van leerbedrijven alleen nieuwe opleidingsnamen en crebonummers. De relatie met oude crebonummer blijft bestaan via een koppeling met de database van Stagemarkt.nl.

Lees meer >

Studieduur middenkaderopleidingen

Mbo-4 opleidingen kennen een studieduur van drie jaar. Een aantal opleidingen mag vier jaar duren omdat dat door de aard van de opleiding noodzakelijk is. De minister van OCW stelt deze opleidingen vast.

Lees meer >

Specialistenopleidingen

De kwalificatiestructuur kent op mbo 4-niveau ook eenjarige kopopleidingen. Het gaat vaak om bovensectorale dossiers, zoals leiding geven en ondernemerschap, die aansluiten op vakopleidingen in verschillende sectoren.