Onderwijs en opleidingen in Nederland tot augustus 1997

In Nederland is onderwijs verplicht voor leerlingen tussen 5 en 16 jaar. De wet verplicht 16-jarigen om op parttime-basis onderwijs te volgen.

Het Nederlandse onderwijssysteem onderscheidt vijf hoofdelementen, die hieronder afzonderlijk toegelicht worden.

1. Basisonderwijs

Basisonderwijs is bedoeld voor leerlingen tussen 4 en 12 jaar gedurende acht opeenvolgende jaren. Het eerste jaar is niet verplicht. Afhankelijk van de resultaten en de voorkeur van de leerling stroomt men door naar een bepaalde vorm van voortgezet onderwijs.

2. Voortgezet onderwijs

Voortgezet onderwijs is bedoeld voor leerlingen tussen 12 en 18 jaar. Sinds 1993 beginnen alle soorten voortgezet onderwijs met een onderbouw. Die duurt meestal twee of drie schooljaren en biedt een breed vakkenpakket dat in principe voor iedereen hetzelfde is.

Er zijn vier verschillende typen voortgezet onderwijs:

  • voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) duurt zes jaar en bereidt leerlingen voor op de universiteit of het hoger beroepsonderwijs; hieronder vallen het atheneum, het gymnasium en het lyceum (een combinatie van atheneum en gymnasium);
  • hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) duurt vijf jaar en bereidt leerlingen voor op het hoger beroepsonderwijs;
  • middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (mavo) duurt vier jaar en bereidt leerlingen voor op het middelbaar beroepsonderwijs;
  • voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) duurt vier jaar; in de laatste twee jaar worden vakken gegeven die de leerlingen voorbereiden op het middelbaar beroepsonderwijs.

3. Beroepsonderwijs op middelbaar niveau

Op middelbaar niveau wordt beroepsonderwijs aangeboden in twee stelsels: het leerlingwezen en het middelbaar beroepsonderwijs. In beide stelsels zijn de opleidingen gebaseerd op nationale richtlijnen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Het leerlingwezen
Leerlingen in het leerlingwezen gaan een of twee dagen per week naar school; zij werken drie of vier dagen per week in een bedrijf. Het leerlingwezen kent drie niveaus:

  • primair niveau (1-3 jaar) leidt leerlingen op tot het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar;
  • voortgezet niveau (max. 2 jaar) leidt leerlingen op tot zelfstandig beroepsbeoefenaar;
  • tertiair niveau (max. 2 jaar) bereidt leerlingen voor op middenkaderfuncties of gespecialiseerde beroepen.

Het afsluitende diploma van alle niveaus in het leerlingwezen wordt afgegeven door de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Het middelbaar beroepsonderwijs
Leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) gaan fulltime naar school. De opleiding wordt aangevuld met praktijkervaring, die in verschillende perioden, variërend van enkele weken tot een jaar, binnen een bedrijf of instituut wordt opgedaan.

Binnen het middelbaar beroepsonderwijs worden drie niveaus onderscheiden:

  • korte opleiding (1 – 2 jaar): bereidt leerlingen voor op de tussen- en lange opleidingen en op de voortgezette opleiding binnen het leerlingwezen; leerlingen worden opgeleid tot beginnend beroepsbeoefenaar;
  • tussenopleiding (2 – 4 jaar): bereidt leerlingen voor op het vakbekwaam en zelfstandig uitvoeren van werkzaamheden als zelfstandig beroepsbeoefenaar;
  • lange opleiding (3 – 4 jaar): bereidt leerlingen voor op middenkaderfuncties en gespecialiseerde beroepen.

 

Het diploma middelbaar beroepsonderwijs wordt afgegeven door de school en biedt toelating tot hoger beroepsonderwijs.

4. Hoger onderwijs

Hoger onderwijs wordt onderscheiden in hoger beroepsonderwijs (hbo) en universitair onderwijs (wo). Het hbo duurt vier jaar en de nadruk ligt op de beroepspraktijk. Binnen het wo ligt de nadruk op wetenschappelijk onderzoek.

Universitair onderwijs kent een tweefasenstructuur. De eerste fase duurt vier jaar. De tweede fase, die twee tot drie jaar duurt, is een voortgezet opleidingsprogramma voor wetenschappelijk onderzoek. De tweede fase is beperkt toegankelijk.

5. Volwasseneneducatie

Volwasseneneducatie is gericht op volwassenen vanaf 18 jaar. De belangrijkste vormen van volwasseneducatie zijn:

  • Nederlands als tweede taal: deze opleiding is bedoeld voor mensen voor wie het Nederlands niet hun moedertaal is;
  • basiseducatie: zeer elementaire vaardigheden op het gebied van taal, rekenen en sociale omgang;
  • voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo): gericht op het behalen van een diploma of deelcertificaat op mavo-, havo- of vwo-niveau;
  • beroepsonderwijs: een uitgebreid aanbod van opleidingen.