Mbo-certificaat brengt restauratieschilders naar gewenst niveau

Zich verder verdiepen in het vakmanschap omdat de markt daarom vraagt. Dat doen negen schilders uit de restauratiebranche, door bij Cibap Next een traject te volgen voor een mbo-certificaat. Met de nieuwe kennis en vaardigheden zijn ze straks nog beter inzetbaar. “Ik zou niet weten waarom je het niet zou doen”, zegt gezelschilder Ruben-Pieter Pouwels.

Bezig zijn met monumentaal erfgoed stelt steeds hogere eisen aan de kennis en vaardigheden van de schilder. Opdrachtgevers willen tenslotte zeker weten dat de vakman of vakvrouw het werk uiterst voorzichtig, verantwoord en vakkundig uitvoert – met kennis van de ondergrond, materialen en technieken.

Gezelschilders moeten vaardigheid behouden of verhogen

De uitvoeringsrichtlijn Restauratie van historisch schilderwerk (URL 4009) vraagt van medewerkers van gecertificeerde restauratieschildersbedrijven een diploma op ten minste mbo3-niveau. Die gezelkwaliteiten moeten ze behouden of zelfs verhogen, door regelmatig trainingen of opleidingen te volgen. Het mbo-certificaat Restauratieschildertechnieken speelt daarop in.

Om het certificaat te behalen volgt de gezelschilder een aantal beroepsgerichte onderdelen van de niveau4-opleiding Decoratie- en restauratieschilder. Denk aan vaardigheden op het gebied van conservatie, restauratie en onderhoud van schilderwerk en aan beschilderingen aan cultuurhistorische objecten. Bovendien is er aandacht voor het werken volgens kwaliteitsvoorschriften.

Bedrijven werken graag samen en OnderhoudNL verleent zelfs subsidie

“Het vakmanschap van de restauratieschilder is fantastisch mooi”, zegt Cor de Koning, directeur Cibap Next in Zwolle. “Vandaar dat we deze pilot met een mbo-certificaat zo belangrijk vinden. Als vakschool borgen we de kennis van ervaren schilders en geven we die door aan de volgende generatie, die er ook weer schik in heeft om ermee verder te gaan.”

Om de pilot vorm te geven benaderde Cor zes toonaangevende bedrijven. “Ze waren zeer enthousiast en wilden graag samenwerken. Brancheorganisatie OnderhoudNL verleende zelfs subsidie en net als de bedrijven gaf zij ons waardevolle feedback. Verder waren kleurspecialisten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en een expertgroep van restauratieschilders bij de ontwikkeling betrokken.”

Op het programma staan houtimitatie, marmerimitatie en sjabloneren

Jaap Wieringa is een van de docenten die de eerste groep van negen deelnemers begeleidt. Samen met Cor toont hij een gevelsteen. “Deze replica van de zeventiende-eeuwse kunstschilder Gerard ter Borch moeten ze namaken. We gebruiken een mal, en de blanke steen die daar uitkomt mogen ze in heraldische kleuren schilderen en vergulden. Let vooral op het bladzilver in de helm!”

Elke lesavond begint met theorie over de diverse onderdelen van het restauratievak. Jaap vervolgt: “Zo staan houtimitatie, marmerimitatie en sjabloneren op het programma. Vanavond draait het dus om heraldiek. Dit deel van het programma duurt acht avonden. De negende avond leggen ze verantwoording af met een naslagwerk dat ze in die periode maakten.”

Deelnemers zijn passievolle, dedicated vakmensen die weten wat ze doen

Met name vergulden is een secuur werkje. “Je smeert eerst de ondergrond in met een soort lijm”, legt Jaap uit. “Daar leg je de velletjes op en die knip je dan in stukjes, om zo weinig mogelijk verlies te hebben. Je moet ook precies weten wanneer je gaat plakken, want anders krijg je minder glans. Het is dus best pittig, zeker als je bedenkt dat de deelnemers er al een werkdag op hebben zitten.”

“Het gaat wel ergens over”, stelt Cor vast. “De deelnemers bouwen voort op een heleboel kennis. Het zijn passievolle, dedicated vakmensen die weten wat ze doen en zich verder willen bekwamen – in zowel manuele vaardigheden als in theoretische onderbouwing. Denk bijvoorbeeld aan de ethische keuzes waarmee je als restauratieschilder te maken hebt.”

Mbo-certificaat sluit heel nauw aan op vraag van bedrijfsleven

De vormgeving van het programma was een zoektocht naar de kerntaken en werkprocessen die certificeerbaar moesten worden. Cor: “Aan de ene kant wisten de bedrijven precies waaraan ze behoefte hadden. Aan de andere kant was het voor onze school, omdat we gewend zijn om in diploma’s te denken, weleens moeilijk om niet té volledig te zijn. Het was fijn dat SBB met ons meedacht.”

Er gaat niets boven een diploma, waarvoor de student ook vakken zoals Nederlands, Engels en rekenen volgt. Maar tegelijk ziet Cor de voordelen van een mbo-certificaat met civiele waarde. “Doordat je het onderwijs in kleinere eenheden kunt aanbieden, sluit het heel nauw aan op de vraag van het bedrijfsleven. Bovendien passen certificeerbare eenheden bij de toekomst van een leven lang ontwikkelen.”

Heraldiek is geweldig

De 33-jarige Ruben-Pieter van Meesterschildersbedrijf D. Pouwels in Ossenzijl – bekend van de restauratie van de Glazen Koets – heeft de diploma’s aspirant-gezel en gezel op zak en gaat nu voor het mbo-certificaat. “Heraldiek is geweldig. Het is enorm breed, met allerlei onderwerpen, zoals bladmetaal en penseelwerk. Houtimitatie heb ik helaas gemist, dus dat doe ik aan het einde nog.”

“Jaap verdient een schouderklopje voor zijn kennis”, vindt Ruben-Pieter. “Dat kom je niet altijd tegen. Hierna denk ik erover om door te studeren. Maar dan de administratieve kant, omdat ik hoop het bedrijf te kunnen overnemen. Dit programma is absoluut een aanrader omdat je je vakkennis enorm verbreedt. Het voelt ook nooit als gehaast of teveel. Ik zou niet weten waarom je het niet zou doen.”


Pilots en experimenten maken leven lang ontwikkelen voor iedereen bereikbaar

Leren stopt niet na het behalen van een diploma. Ook werkenden en werkzoekenden moeten zich een leven lang ontwikkelen. Met pilots en experimenten onderzoekt SBB met onderwijs en bedrijfsleven hoe dat voor iedereen bereikbaar kan worden gemaakt.