Verantwoording en bronnen

De gegevens op deze website zijn gebaseerd op vier verschillende bronnen:

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
  • Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)
  • Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA)
  • SBB

De gebruikte bronnen voldoen aan de volgende criteria: ze zijn openbaar, actueel, verschijnen met regelmatige frequentie, zijn op kwalificatieniveau en zijn beschikbaar in een landelijke databron. Bij voorkeur zijn de gegevens te vertalen naar een regionaal niveau.

Indicatoren

Hieronder vindt u een uitgebreide beschrijving van de verschillende indicatoren die op de website worden gebruikt. Ook is aangegeven van welke bron de indicator afkomstig is.

1. Aantal ingeschreven studenten (DUO)

Het aantal ingeschreven studenten in schooljaar 2016/2017 is gebaseerd op de 1 oktober-tellingen van DUO, zoals geregistreerd in BRON-mbo. Het betreft de bekostigde inschrijvingen. Het aantal ingeschreven studenten van de schooljaren 2012/2013, 2013/2014, 2014/2015, 2015/2016 en 2016/2017 staan op de website.

2. Aantal gediplomeerde studenten (DUO)

Het aantal gediplomeerde studenten uit het schooljaar 2015/2016 is gebaseerd op de 1 oktober-tellingen van DUO, zoals geregistreerd in BRON-mbo. De diplomabestanden van de schooljaren 2011/2012, 2012/2013, 2013/2014, 2014/2015 en 2015/2016 (periode 1 oktober-30 september) staan op de website.

3. Doorstroom gediplomeerde studenten binnen mbo en naar hbo (DUO)

Van alle studenten die in schooljaar 2015/2016 (1 oktober-30 september) een diploma hebben behaald, is bepaald of zij in schooljaar 2016/2017 (1 oktober) opnieuw in het bekostigd onderwijs ingeschreven stonden aan een mbo- of hbo-instelling. Deze informatie is tevens voor de overgang van schooljaar 2011/2012-2012/2013, 2012/2013-2013/2014, 2013/2014-2014/2015, 2014/2015-2015/2016 beschikbaar.

4. Gediplomeerden met werk I (CBS)

De mate waarin studenten werk vinden na de opleiding wordt door twee indicatoren weergegeven: CBS en ROA. De kolom Gediplomeerden met werk I (CBS) toont het aandeel gediplomeerden dat een jaar na het schooljaar van afstuderen betaald werk heeft voor 12 uur of meer per week. Het CBS heeft op basis van een koppeling van diplomagegevens van DUO uit BRON-mbo met de polisadministratie van het UWV en de Belastingdienst een analyse gemaakt van de doorstroom vanuit het onderwijs naar de arbeidsmarkt. Per gediplomeerde stelt het CBS vast of deze een baan van 12 uur of meer per week heeft, één jaar na zijn of haar afstuderen, of niet. Met ‘één jaar na afstuderen’ wordt bedoeld: gemeten op de laatste vrijdag in september, één jaar na het schooljaar waarin het diploma is behaald.

Voorbeeld: van een student die in juni 2014 een diploma behaalt, is de arbeidsmarktpositie in september 2015 bepaald. U ziet deze gegevens wanneer u jaar ‘2016’ selecteert. Door de invoering van de Herziene Kwalificatiestructuur zijn deze gegevens nog niet historisch beschikbaar.

5. Gediplomeerden met werk II (ROA)

ROA baseert dit gegeven op een jaarlijks onderzoek onder mbo-schoolverlaters. Hierin vraagt ROA naar de positie op de arbeidsmarkt anderhalf jaar na afstuderen. Aan elke respondent die beschikbaar is voor de arbeidsmarkt wordt gevraagd of deze een baan heeft van 12 uur of meer of niet. 

Wanneer u in de applicatie ‘2016’ selecteert, ziet u de arbeidsmarktpositie van de gediplomeerden uit schooljaar 2013/2014. Om voor elk jaar op een laag aggregatieniveau een optimale celvulling te bewerkstelligen, zijn voor de jaren 2011 en 2012 de gegevens van drie jaargangen van de ROA Schoolverlatersenquête samengevoegd.

De percentages zijn gebaseerd op gewogen aantallen, op basis van de weegfactor zoals berekend door het ROA. De gegevens zijn landelijk.

Meer informatie: www.roa.nl

6. Gediplomeerden met werk op niveau III (ROA)

ROA baseert dit gegeven op een jaarlijks onderzoek onder mbo-schoolverlaters. Hierin vraagt ROA naar de positie op de arbeidsmarkt anderhalf jaar na afstuderen. Ook is gevraagd of het werkniveau in deze baan minimaal gelijk is aan het gevolgde opleidingsniveau. Het percentage is gebaseerd op de groep schoolverlaters met een baan van 12 uur of meer.

Wanneer u in de applicatie ‘2016’ selecteert, ziet u de arbeidsmarktpositie van de gediplomeerden uit schooljaar 2013/2014. Om voor elk jaar op een laag aggregatieniveau een optimale celvulling te bewerkstelligen, zijn voor de jaren 2011 en 2012 de gegevens van drie jaargangen van de ROA Schoolverlatersenquête samengevoegd.

De percentages zijn gebaseerd op gewogen aantallen, op basis van de weegfactor zoals berekend door het ROA. De gegevens zijn landelijk.

Meer informatie: www.roa.nl

7. Kans op stage (SBB)

Dit is de kansbepaling of studenten gemakkelijk een bpv (beroepspraktijkvormings)-plaats vinden op basis van beschikbaarheid van het aantal bpv plaatsen bij erkende leerbedrijven, De uitspraak geldt voor het lopende schooljaar voor bol. De kans op stage laat zien wat de kans is om een stage te vinden voor deze opleiding, in de arbeidsmarktregio waar de student woont en de bpv-plaats wordt aangeboden. Op de website hebben we de kans op stage gegeven per januari 2017. De kans op stage wordt door SBB op het niveau van de kwalificatie bepaald. De kanstyperingen op het niveau van kwalificatiedossier en domein zijn het gemiddelde van de onderliggende kwalificaties gewogen naar onderwijsdeelname in de regio. De gegevens zijn gebaseerd op arbeidsmarktregio van de hoofdvestiging van de school. De kans is weergegeven met een vijfpuntsschaal. De vijf typeringen voor kans op stage hebben de volgende betekenis:

  • 5: goede kansen
  • 4: ruim voldoende kansen
  • 3: voldoende kansen, evenwicht
  • 2: matige kansen
  • 1: geringe kansen

Meer informatie: www.s-bb.nl/kans

8. Kans op leerbaan (SBB)

Dit is de kansbepaling of studenten gemakkelijk een bpv (beroepspraktijkvormings)-plaats vinden op basis van beschikbaarheid van het aantal bpv plaatsen bij erkende leerbedrijven, De uitspraak geldt voor het lopende schooljaar voor bbl. De kans op leerbaan laat zien wat de kans is om een leerbaan te vinden voor deze opleiding, in de arbeidsmarktregio waar de student woont en de bpv-plaats wordt aangeboden. Op de website hebben we de kans op leerbaan gegeven per januari 2017. De kans op leerbaan wordt door SBB op het niveau van de kwalificatie bepaald. De kanstyperingen op het niveau van kwalificatiedossier en domein zijn het gemiddelde van de onderliggende kwalificaties gewogen naar onderwijsdeelname in de regio. De gegevens zijn gebaseerd op arbeidsmarktregio van de hoofdvestiging van de school. De kans is weergegeven met een vijfpuntsschaal. De vijf typeringen voor kans op stage hebben de volgende betekenis:

  • 5: goede kansen
  • 4: ruim voldoende kansen
  • 3: voldoende kansen, evenwicht
  • 2: matige kansen
  • 1: geringe kansen

Meer informatie: www.s-bb.nl/kans

9. Kans op werk (SBB)

Dit is de toekomstige kans op werk voor een gediplomeerde schoolverlater op het niveau en in het verlengde van de opleiding. De kans op werk is gebaseerd op de toekomstige vraag op de arbeidsmarkt en het toekomstige aanbod van afgestudeerden die voor de arbeidsmarkt beschikbaar komen, ervan uitgaande dat de student nu met de opleiding begint en de opleiding in de nominale studieduur afrondt. Het gaat om de kans voor een gediplomeerde schoolverlater die woonachtig is in deze arbeidsmarktregio en afgezet tegen de vraag naar arbeid in dezelfde regio. De kans op werk is door SBB bepaald en weergegeven per januari 2017. De kanstyperingen op het niveau van kwalificatiedossier en domein zijn het gemiddelde van de onderliggende kwalificaties gewogen naar onderwijsdeelname in de regio. De gegevens zijn gebaseerd op arbeidsmarktregio van de hoofdvestiging van de school. De kans is weergegeven met een vijfpuntsschaal. De vijf typeringen voor kans op werk hebben de volgende betekenis:

  • 5: goede kansen
  • 4: ruim voldoende kansen
  • 3: voldoende kansen, evenwicht
  • 2: matige kansen
  • 1: geringe kansen

Meer informatie: www.s-bb.nl/kans