Pilot praktijkleren met de praktijkverklaring in het mbo

De overgang naar werk versoepelen en de kans op blijvend werk vergroten. Daarvoor organiseert SBB de pilot praktijkleren. De pilot is bedoeld voor werkzoekenden en werkenden zonder startkwalificatie, voor wie het behalen van een volledig mbo-diploma (incl. entreeopleiding) of een mbo-certificaat vooralsnog niet haalbaar lijkt.

Aan de slag met delen van een mbo-opleiding

Op basis van de vraag van het leerbedrijf en de persoonlijke mogelijkheden, gaat de werkende of werkzoekende aan de slag met delen van een mbo-opleiding. Voor de vaardigheden die hij in de praktijk van het leerbedrijf opdoet ontvangt hij een praktijkverklaring.

Pilot mbo-verklaring

Naast de pilot praktijkleren is er een pilot mbo-verklaring. Deze pilot van OCW biedt mbo-scholen de mogelijkheid om aan studenten tot 23 jaar die geen diploma of startkwalificatie hebben een verklaring uit te reiken met bijvoorbeeld de behaalde examenonderdelen, de praktijkverklaring en de overige resultaten die de student heeft behaald.

De praktijkverklaring als schakel naar duurzaam werk

Uitgeschreven tekst van de video

Een volwassene in de bijstand die alleen basisonderwijs heeft gevolgd, een twintiger die zijn opleiding niet kon afmaken en onder zijn niveau werkt, een statushouder die nog moeite heeft met de Nederlandse taal …

Mensen zonder startkwalificatie zijn relatief kwetsbaar op de arbeidsmarkt en zijn vaker afhankelijk van een uitkering. Maar liefst anderhalf miljoen Nederlanders staan aan de kant, terwijl er een grote behoefte is aan vakmensen.

Leren in de praktijk kan helpen om mensen weer mee te laten doen. Maar voor sommigen is het behalen van een volledig mbo-diploma of een mbo-certificaat nog een brug te ver. Voor deze groep verkennen we de kansen die een praktijkverklaring biedt.

Op basis van de vraag van het leerbedrijf en de persoonlijke mogelijkheden, gaat de student onder begeleiding van een praktijkopleider aan de slag met bestaande delen van een mbo-opleiding.

Hij volgt in de meeste gevallen geen lessen en doet geen examen, maar krijgt wel een praktijkverklaring. Zo kan hij ook aan andere bedrijven laten zien wat hij kan, en ontstaat mogelijk zelfs een opstap om verder door te leren in het mbo.

Erkende leerbedrijven, mbo-scholen, gemeenten, UWV en sociale werkvoorziening werken van 2018 tot 2020 in de regio samen in een aantal pilots. Met elkaar onderzoeken we of de praktijkverklaring de overgang naar duurzaam werk vergroot.

Wat ging eraan vooraf?

Sinds 2015 bestaat de Boris Praktijkverklaring voor leerlingen uit het praktijkonderwijs en het vso. Geïnspireerd op het succes van de Borisaanpak, startten zes verkenningen voor de doelgroep van werkenden en werkzoekenden. De betrokken partijen – gemeente Groningen, SBCM/Cedris, VOORdeel & VERVOLG, STOOF, VGN/ActiZ en het ministerie van Justitie en Veiligheid – maken nu een ombuiging naar mbo-praktijkleerroutes. Dit betekent onder meer dat ze aansluiting zoeken bij een mbo-school.

Hoe breed is de doelgroep?

De pilot draait om een brede groep mensen zonder startkwalificatie, die elk een eigen aanpak vragen. De leerbehoefte van een statushouder/inburgeraar is tenslotte anders dan die van iemand met een WW-uitkering en recente werkervaring of iemand die drie jaar in de bijstand zit en alleen basisonderwijs heeft gevolgd. Voor elk van hen kan de aanpak een belangrijke opstap zijn naar werk en een basis leggen voor doorleren in het mbo.

Praktijkverklaring of diploma?

De eerste keus en het eerste doel bij de start van leven lang ontwikkelen blijft het behalen van een volledig mbo-diploma. Daar komen tenslotte ook burgerschap en taal aan bod, wat de werkende of werkzoekende meerwaarde biedt om zichzelf in de maatschappij te redden. Bovendien maakt dat het mogelijk om door te stromen naar een vervolgopleiding. Maar als een diploma of mbo-certificaat niet of nog niet mogelijk blijkt te zijn, is de praktijkverklaring een waardevol alternatief.

Hoe ziet de aanpak eruit?

De deelnemers aan de pilot verkennen de samenwerking met UWV en de leerwerkloketten, met als doel om elkaars inzet te versterken en tot een regionale aanpak te komen voor werkzoekenden. Voor werkenden maakt de afdeling hrm van het bedrijf afspraken met de werknemer over leven lang ontwikkelen tijdens het werk. Dat kan bij de start van een nieuwe baan, bij plaatsing op een nieuwe functie of bij doorontwikkeling in de bestaande functie. In alle gevallen is een mbo-school betrokken.

Wat kan de werkende of werkzoekende verwachten?

De werkende of werkzoekende doorloopt een intensieve periode van werken en leren. In de praktijk van een erkend leerbedrijf leert hij de vaardigheden aan, die zijn afgeleid van de mbo-kwalificatiestructuur. De invulling van de pilot is maatwerk, maar vaste onderdelen zijn begeleiding, een leerbaan en een vorm van inkomen.

Wat is het voordeel voor werkgevers?

Voor werkgevers zijn de beoogde praktijkverklaringen een mooi instrument om bestaande en potentiële werknemers die nog geen bbl-diploma of mbo-certificaat kunnen behalen breder en beter inzetbaar te maken binnen het bedrijf.

De rol van de mbo-school

In de pilot volgen deelnemers een deel van een mbo-opleiding. Het betreft in ieder geval een deel van de beroepspraktijkvorming in een erkend leerbedrijf. De mbo-school schrijft de deelnemer in de derde leerweg in, en ontvangt voor deze deelnemer geen bekostiging uit de lumpsum van OCW. De mbo-school voert, net zoals bij reguliere mbo-opleidingen, de voor de beroepspraktijkvorming relevante taken uit zoals het vastleggen van de met het leerbedrijf en deelnemer gemaakte afspraken voor de uitvoering van de beroepspraktijkvorming en het bewaken van de voortgang. Er hoeven geen afspraken te worden gemaakt over het afleggen van examens of lessen (desgewenst mag dit wel).

De betrokkenheid van UWV en gemeenten

Wilt u meer weten over de betrokkenheid van UWV en gemeenten bij de pilot? Kijk op de website van de Programmaraad.

Duur van de pilot

De pilot loopt tot en met 2020. Een deel van de al bestaande samenwerkingsverbanden gaat vanaf november 2018 aan de slag. Een ander deel start in de loop van 2019. Wilt u daar meer over weten? Neem contact op met uw regionaal adviseur van SBB of stuur een e-mail aan beleidsadviseur Jos ter Haar.

Financiële regelingen

Er bestaan diverse financiële regelingen om een leerwerktraject te financieren, van landelijke subsidie of belastingvoordeel tot een sectorale of regionale regeling. Ook samenwerkingsverbanden voor de pilot praktijkleren kunnen daarvan gebruikmaken. Gebruik daarvoor financial engineering: een methode om de regelingen als bouwstenen slim te combineren. Lees meer op de website van de Programmaraad.

NB De genoemde subsidie praktijkleren is niet van toepassing op trajecten binnen de pilot praktijkleren.