Vakmanschap van alle tijden: de schoenhersteller

In de rubriek ‘Vakmanschap van alle tijden’ worden kleine specialistische beroepsgroepen en hun opleidingen belicht. Opleiders, studenten en vakmensen vertellen over hun praktijk, ontwikkelingen in het vakmanschap en hun liefde voor het vak. Deze keer de schoenhersteller.

Met de combinatie lesgeven en schoenmakerij trad Hans Heine jr. in de voetsporen van zijn vader, die 10 jaar als docent aan de Dutch Health Tec Acadamy (DHTA) in Utrecht verbonden was. Op zijn 19e begon Heine aan de schoenmakersopleiding, na jaren ervaring in de zaak van zijn ouders. Nadat zijn vader stopte als docent, benaderde de DHTA hem als opvolger.“ De basis van de opleiding is het ambacht, schoenen repareren,” zegt Heine jr. “Meegaan met modebeelden, nieuwe opknap- en reinigingsmanieren brengen vernieuwing in de opleiding en het vak. In de schoenmakerij blijf je leren en moet je innovatief blijven. De Nederlandse Schoenmakers Vereniging (NSV) is daarin, afgestemd met de school, bijzonder vooruitstrevend met jaarlijkse themabijeenkomsten en cursussen.”

Naast de opleiding Schoenhersteller (bbl, niveau 2) en Schoenhersteller-ondernemer (bbl, niveau 3) biedt de school sinds drie jaar de bol-opleiding Shoe developer aan, speciaal voor creatieve studenten die ‘allround’ willen worden. “Je leert zowel ontwerpen, reparatie, ambachtelijk maken als aanpassingen.” De landelijk unieke opleidingen tellen samen zo’n 60-70 studenten, uit alle hoeken van het land. “Je moet er wat voor over hebben, maar het is het volledig waard! De studenten zijn een leuke mengelmoes van jongeren die van de middelbare school komen, jongeren die wat later ontdekken wat ze willen en wat oudere zij-instromers.”

Terug naar het ambacht

Terwijl de opleiding mimimaal 21 uur in de week werken vereist, hebben de meeste schoenherstellers een volle werkweek en blijven ze dat ook na de opleiding doen. Voor de vele zzp-ers in de schoenherstellersbranche is het een investering om iemand aan te nemen en te begeleiden. “Het gaat zeker aantrekken”, weet Heine. “Corona doet mensen terugkeren naar het ambacht. Er is méér dan genoeg werk en bij elke crisis neemt dat toe”. Het vak lonkt. Per januari neemt  Heine samen met zijn vriendin, die ook de opleiding gedaan heeft, een schoenmakerij over en trekt hij de schooldeur achter zich dicht.

Duurzaamheid

‘Gevalletje weet-niet-wat-ze-wil’, zo omschrijft Marleen Dijhof (33) zichzelf. Per ongeluk kwam ze in de zaak van een bevriend schoenmaker in Volendam terecht. Dat beviel zó, dat ze in 2012 besloot de opleiding aan de DHTA te volgen. Een paar jaar werkervaring rijker dacht ze: ‘Wat mijn werkgever kan, kan ik ook’. Sinds drie jaar is ze de trotse eigenaar van de Schoenmakerette in de Van der Pekstraat in Amsterdam Noord.

“Schoenherstellers moeten altijd opboksen tegen goedkope producten uit China. Ik geloof er heel erg in dat we meer waarde moeten hechten aan onze spullen en dat meer mensen hun schoenen laten repareren. Die overtuiging had ik al tijdens mijn opleiding, toen duurzaamheid nog geen ding was,” vertelt ze.

Inspiratieprijs

Voor deze Schoenmakerette geen reden om te somberen over het vak. “Het succes van de Schoenmakerette is dat we het gesprek met klanten aangaan: ‘Waarom twijfel je over repareren? Besef je dat als je hier 40 euro uitgeeft, het een heel eerlijk product is: dat je weet waar het gemaakt is en door wie. Je kunt voor 40 euro een paar nieuwe in China geproduceerde schoenen kopen, maar de hakken en zolen die wij eronder zetten, zijn veel beter en verslijten niet zo snel.’ Als klanten de kleur niet meer mooi vinden, stel ik voor dat we ze verven. Ik probeer steeds alternatieven aan te reiken. Negen van de tien mensen zijn daarvoor te porren. Vrouwen pakken dat toch anders aan, denk ik.” Haar visie leverde haar in 2019 de Inspiratieprijs van de NSV op.

In de Schoenmakerette geen functionele ijzeren rekken met potjes poets, maar een creatieve, authentieke, sfeervolle en -jawel- duurzame inrichting. “Wat de fysieke winkel onderscheidt van online kopen is de beleving”. Ook haar bereidheid om het vak door te geven trof de jury. Met oud-collega Mandy, -inmiddels ook met eigen schoenmakerij-, gaf ze een andere oud-collega de mogelijkheid om in twee dagen bij de één, twee dagen bij de ander, haar opleiding af te maken. Sinds augustus is ze moeder van een dochter. Met de leerlingen is het -‘heel tof’- gelukt in de zomer de winkel draaiende te houden. “Ondanks dat het veel tijd, geld en energie kost, vind ik het voor mijn persoonlijke ontwikkeling ook fijn om jonge mensen op te leiden, een coachende rol te hebben, om te delen en samen te werken.”

Saladebar

Elyn Blom, tweedejaars leerling-Schoenhersteller, is een van die jonge mensen. Na haar studie Management in de kunsten sloeg ze aan het twijfelen. Wil ik dit wel gaan doen? In de saladebar verderop raakte ze met Marleen in gesprek. ‘Wat wil je dan?’ vroeg Marleen. ‘Eigenlijk wil ik wel meer met mijn handen doen’, bekende Elyn. ‘Wil je dan geen schoenmaker worden?’, opperde Marleen. En zo is het gegaan. “Ik heb twee nachten niet geslapen. Daarna liep ik af en toe mee in de Schoenmakerette en vond het na een tijdje heel vet. Opnieuw een opleiding volgen trok haar aanvankelijk niet zo. Marleen trok haar over de streep. “In de opleiding zie je heel veel mensen werken, ieder op zijn eigen manier. In het herstelvak zijn er zóveel mogelijkheden om een ding te repareren. Dat maakt de opleiding van toegevoegde waarde.”

Elyn heeft haar plek gevonden. Ze vindt het fijn om collega’s te hebben en af en toe lekker met iemand over het vak te kunnen sparren. “Voordat je het ambacht helemaal onder de knie hebt, ben je wel een paar jaar verder. Ik heb nog heel wat te leren. Het vak blijft in ontwikkeling, ook met materiaalkennis. Als je het met meer mensen doet, kun je meer teweegbrengen. Iedereen heeft zo z’n bijdrage.”

Afvalberg

De schoenmaker 2020? “Die gaat het gesprek aan op een vriendelijke manier en wil het collectieve bewustzijn stimuleren,” zegt Marleen. “Gemiddeld kopen we drie paar schoenen per jaar. Als we nou eens allemaal twee paar zouden kopen en één paar zouden laten repareren; wat voor invloed zou dat op de afvalberg hebben en op onze grondstoffen! Dat zouden alle schoenmakers als streven moeten hebben.”

Haar docent van toen - Hans Heine senior - heeft het ruiterlijk erkend: ‘Die jonge meid van toen had toch wel een beetje gelijk’.