Vakmanschap van alle tijden: de betonstaalverwerker

In de rubriek ‘Vakmanschap van alle tijden’ worden kleine specialistische beroepsgroepen en hun opleidingen belicht. Opleiders, studenten en vakmensen vertellen over hun praktijk, ontwikkelingen in het vakmanschap en hun liefde voor het vak. Deze keer de betonstaalverwerkers.

In gesprek met vakman en praktijkopleider Richard Kostman, docent Dick Groenevelt en studenten Roy van Huijgevoort en Thijs Lam. Kijkje nemen in de opleiding? Mbo-opleiding Betonstaalverwerker

De aantrekkingskracht van ijzer

Roy van Huijgevoort (27) was werkzaam als betonreparateur toen hij een vacature op Facebook zag bij Balvert Betonstaal BV als betonstaalverwerker. Het werken met bewapening/ijzer trok hem en zo kwam hij bij het bedrijf terecht. Nu volgt hij de niveau3-opleiding betonstaalverwerker: zes weken werken en daarna vier dagen naar school. Het bevalt hem prima. Hij wil heel graag het diploma halen. Als je hem vraagt waarom hij dit beroep zo graag doet zegt hij: “Met je handen werken, van ‘niks’ naar een heel gebouw en je bent nooit op dezelfde plek, hoe fijn is dat!” Met trots vertelt hij over het project de Zalmhaventoren in Rotterdam, de grootste toren van de Benelux. “Hoe mooi is het als je erlangs rijdt en weet dat jij aan dat fundament hebt gewerkt.”

Het lage aantal studenten blijft de kwetsbaarheid

Dick Groenevelt is 30 jaar geleden begonnen als betontimmerman en heeft zich opgewerkt in de bouw. Sinds tweeënhalf jaar is hij fulltime docent en geeft hij les aan de nieuwe opleiding voor betonstaalverwerkers. Hij heeft zijn verplichte didactische aantekening gehaald en is in dienst van het Soma College.

Vorig schooljaar is de eerste lichting jongens begonnen met deze bbl-opleiding. Momenteel zitten er zeven jongens in het tweede jaar niveau 2 en vier volgen niveau 3. Door het lage aantal is deze laatste groep samengevoegd met de opleiding betontimmeren. “Dat bevalt heel goed”, aldus Dick, “immers op de bouwplaats moeten deze beroepsgroepen ook goed samenwerken!”

Corona gooide roet in het eten: de praktijklessen konden niet doorgaan en er was nog geen online lesmateriaal. Dick en zijn collega-docent hebben het snel opgepakt en livestream-lessen mogelijk gemaakt. De opleiding was net begonnen, dus die moest en zou van de grond komen! Gelukkig is dat gelukt.

Dick vindt het zorgelijk dat sommige bedrijven wel roepen dat opleiden van nieuwe vakmensen belangrijk is, maar niet altijd hun jongens ook naar de opleiding toe sturen. Zo blijven de lage aantallen altijd de kwetsbaarheid van deze opleiding.

Thijs Lam (23) kreeg het vak met de paplepel ingegoten. Zijn familie runt een wapeningscentrale. Hij heeft via een stageplaats nog wel gemetseld, maar het vlechtwerk op de bouwplaats trok hem uiteindelijk toch het bedrijf in. “Dik gevlochten ijzer is het mooiste dat er is”, zegt Thijs. Hij volgt nu de opleiding op niveau 3. Vorige week meldde hij thuis nog: “Ik heb echt weer zin om naar school te gaan, het is mooi om de kans te krijgen jezelf in het vak te ontwikkelen”.

Vakman en praktijkopleider zijn is een perfecte combinatie

Richard Kostman werkt ruim 35 jaar in het vak en is voorman betonstaalverwerker, waarvan al 15 jaar als praktijkopleider, nu van Thijs en Roy. Het vak leren aan de nieuwe generatie, vakkennis doorgeven is hem op het lijf geschreven. Ook is hij betrokken geweest bij het ontwikkelen van lesmateriaal voor de nieuwe opleiding. Daar heeft hij zijn jarenlange ervaring in kunnen zetten voor de nieuwe generatie betonstaalverwerkers.

“Het vak vindt voor 95% buiten plaats, daar moet je van houden”, aldus Richard. Dick ziet dat ook in de opleiding: in de winter vindt een belangrijk selectiemoment plaats voor de studenten: diegene die na de winter nog naar school komen zijn de diehards die gaan voor hun diploma. Anderen vallen af door de kou.

Wat zijn het voor type studenten? “Betonstaalverwerkers zijn onderaannemers, dat betekent dat zij moeten vechten voor hun plek op de bouwplaats. Dat moet je kunnen”, zegt Dick. De jongens zijn dan ook heel direct en gevat, maar met een klein hartje. De meesten zijn zeer gemotiveerd om hun diploma te halen. Vaak is het het eerste diploma dat ze halen. “Het mooiste aan het docentschap is deze jongens te begeleiden en hun groei in het vakmanschap mee te maken.”

De school volgt de jongens ook na hun opleiding door middel van een zogenaamde klantenreis. Waar gaan ze werken? Gaan ze nog extra cursussen volgen? Hoe verloopt hun loopbaan?

Dick en Richard vinden het erg belangrijk om zelf goed bij te blijven in het vak. Lezen van vakbladen, beurzen bezoeken en het volgen van YouTube-filmpjes over innovaties. Dick verwerkt dat dan weer in zijn lessen, om zo up-to-date mogelijk te zijn. In die zin is hij een echte ‘aanpakker’. In het onderwijs wordt weleens te veel vergaderd, vindt hij.

Kijken in de toekomst

Hij heeft nog wel een vraag voor zijn studenten Thijs en Roy: waar zien jullie jezelf over 5 jaar staan?

Thijs en Roy geven allebei aan dat ze graag voorman willen worden en daarom nu ook de opleiding volgen om verder te komen. “En praktijkopleider”, zeggen ze allebei, want dit mooie vak doorgeven aan andere jonge jongens zou fantastisch zijn om te doen!”