In aanloop naar het jaarlijkse evenement van het Meld- en expertisepunt specialistisch vakmanschap van SBB geeft het Meldpunt inspirerende voorbeelden van hoe kleinschalige specialistische opleidingen wél kunnen worden uitgevoerd. Dit keer aandacht voor de orthopedisch schoentechnicus.

Horen, Zien, Lachen en Bewegen zijn de afdelingen van de Dutch HealthTec Academy, de school voor gezondheidstechniek van MBO Amersfoort. De Utrechtse school herbergt een aantal kleine specialistische vakopleidingen, die uniek zijn in Nederland. “Een bijzondere school met een bijzondere populatie,” merkt Gezina van der Kolk, teamleider van de afdeling ‘Bewegen’ met de opleidingen Orthopedisch schoentechnicus (OST), Orthopedisch technicus (OT), Shoe developer, Schoenhersteller en Schoenondernemer. “Ze weten wat ze willen en komen uit hele land en daarbuiten. Ze volgen een bbl-opleiding op niveau 4; leren en werken. Hun interesse is veelal gewekt door mensen in hun nabije omgeving die in de OST of OT werken of zelf aangepast schoeisel dragen.”

Spannend

Alleen bij voldoende (18) aanmeldingen start een nieuwe groep. Momenteel telt de OST-opleiding elf derdejaarsstudenten. Binnen de DHTA lukt het toch om de opleiding aan te bieden. De context van de DHTA biedt voordelen: “We onderzoeken of we vakken van OT, OST en Shoe developer kunnen combineren, óók omdat daar nieuwe mogelijkheden liggen voor het vak: hoe gaaf is het om een kekke schoen te ontwerpen of om studenten die méér willen mbo-certificaten te kunnen bieden!” Elk jaar is het spannend en wordt opnieuw afgewogen of er een klas kan starten. Corona helpt daarin niet, doordat open dagen fysiek geen doorgang kunnen vinden.

“Het is dubbel,” zegt Marco Okhuysen, sectorbestuurslid van branchevereniging NVOS-Orthobanda. “De branche ziet wel degelijk een groeiende marktbehoefte, door toenemende behoefte aan hulmiddelen door vergrijzing. Daartegenover staat het kleine aantal studenten in de opleiding.” Om hier beter de vinger achter te krijgen is een marktonderzoek uitgevoerd. Met in eerste instantie als uitkomst de wens om de mbo-opleiding ongewijzigd te behouden. Maar ook de bevinding dat bedrijven hun mensen niet naar de opleiding toestuurden.

Meerwaarde

Omdat het marktonderzoek niet aansloot bij de realiteit, zette Okhuysen het onderwerp op de agenda. Tijdens een algemene ledenvergadering kwamen de echte wensen voor modernisering en aanpassing op tafel. Voor de branche is het interessanter om studenten naar de opleiding te sturen als die vervolgens verbreding en vernieuwing in het bedrijf brengen, bijvoorbeeld op het gebied van digitalisering. “Zo’n student moet eigenlijk méér weten dan het bedrijf. Kleine ondernemers en bedrijven zijn te druk om zelf ergens in te duiken. Als branche zoek je die meerwaarde en moet je niet het gevoel hebben dat je iemand ook wel intern kan opleiden.” Een ander gesprekspunt was het gegeven dat veel bedrijven taken uitbesteden en niet in huis houden.

Aan de situatie dat onderwijs en branchebehoefte niet goed op elkaar aansloten is de afgelopen periode volop gewerkt, vertelt Van der Kolk. Het ontwikkelen van het beroepscompetentieprofiel – wat moet een orthopedisch schoentechnicus kennen en kunnen – vormt de basis voor het nieuwe kwalificatiedossier. De vervolgvraag is hoe je dat in gaat richten. Okhuysen: “Belangrijk is dat de geluiden uit de branche het vertrekpunt vormen. Bijvoorbeeld dat een student zo snel mogelijk kan aansluiten bij de werkzaamheden in het bedrijf. In een bedrijf volgt een student een bepaalde routing, waar je de opleiding op kunt aanpassen voor een maximaal rendement. Dat maakt de opleiding aantrekkelijker voor bedrijven.”

Puzzelstukjes

Ook de structuur van de opleiding gaat veranderen. In plaats van een vierjarige bbl wordt gekozen voor een niveau3-vakopleiding met een optie voor een kopjaar op niveau 4. Dit laatste jaar leidt op voor een leidinggevende functie op de werkplaats; een behoefte van de branche. “Met het oog op een leven lang ontwikkelen en de mogelijkheid van mbo-certificaten gaan we het onderwijs meer modulair inrichten. Dat biedt mogelijkheden op maat om te versnellen en te stapelen,” zegt Van der Kolk.

Ondertussen heeft de branche ook zelf aanbod in de vorm van branchecursussen ontwikkeld. Okhuysen: “Dat zou elkaar kunnen gaan bijten. De kunst is ervoor te zorgen dat het elkaar versterkt. Dus na de mbo-opleiding is de volgende stap de branchecursussen onder de loep te nemen. En daarna volgt de hbo-opleiding. Branchecursussen kunnen het mbo- of hbo-aanbod versterken. Eigenlijk hebben we nu alle puzzelstukjes. De truc is dat de opleiding klopt met de behoefte in de branche. Dan is de kans maximaal dat de branche de opleiding actief benut.”

Vanuit de school wordt de branche meer en meer opgezocht, door de praktijk in te gaan en de praktijk de school in te halen. “Het is goed als de neuzen dezelfde kant op staan,” zegt Van der Kolk. “Daarvoor moet je elkaar goed kennen.” “De relatie tussen school en branche is nu heel goed,” beaamt Okhuysen. “Opleidingen en branches hebben soms over en weer beelden van elkaar, die helemaal niet stroken. Door feiten te geven, vragen te stellen en met iedereen in gesprek te zijn is het ons gelukt om de gemeenschappelijkheid te vinden.” Van der Kolk: “Er staat nu een prachtige mbo-vakopleiding, waarin technische en sociale vaardigheden gecombineerd worden en die uitnodigt tot slim en creatief denken.”