Kleine opleidingen, zo kun je die wél uitvoeren

Bedrijven die naarstig op zoek zijn naar geschoolde plafond- en wandmonteurs. Maar geen enkel roc dat de opleiding aanbiedt, simpelweg omdat de klassen te klein zijn. Voor Stichting Savantis Vakcentrum geen reden om bij de pakken neer te zitten, maar aanleiding voor een creatieve oplossing. In het nieuwe opleidingsmodel kunnen Savantis, roc en leerbedrijven er samen voor zorgen dat de opleiding wél uitvoerbaar is.

Kersverse leerambassadeur Patrick Vos houdt zich bezig met peilen van de behoefte bij bedrijven en gaat met roc’s in gesprek over hun opleidingsaanbod. Als zoon van een stukadoor is de wereld van de afbouw hem bepaald niet onbekend. Alle NOA-opleidingsbedrijven in de afbouw heeft hij inmiddels bezocht, zo ook een groot deel van de roc’s. Steeds op zoek naar mogelijkheden voor ondersteuning, bijvoorbeeld via keuzedelen, om de instroom in de opleidingen te bevorderen en zo vraag en aanbod beter te matchen.

Specialistische beroepen

Want werk is er volop in de techniek en de afbouw in het bijzonder. Werk dat snel resultaat levert, relatief schoon is en ook nog eens goed verdient. De vraag naar personeel groeit. In de komende tien jaren staat een miljoen woningen op de rol. In de afbouw alleen al zijn er de komende vijf jaar 1100 nieuwe werknemers nodig. In de woningbouw past men steeds meer prefab-onderdelen toe, zoals scheidingswanden en vaste plafonds. Ook de ontwikkeling naar circulair bouwen speelt een rol. “Sommige beroepen in de bouw worden steeds specialistischer. In de uitvoering leidt die versnippering soms tot problemen. Koop een auto bij een garage en je rijdt ermee weg. Koop een huis en de bouwkundige keuring stelt vast dat het op veel punten niet in orde is. Dat heeft vaak te maken met gebrekkige samenwerking tussen teveel partijen,” vertelt Vos.

Om meer instroom in het vak te genereren ontwikkelde Savantis een (leer)methode, die geschikt is voor zowel reguliere mbo’ers, werknemers als zijinstromers. Een student die de bbl-opleiding wil gaan doen kan zich bijvoorbeeld melden bij een NOA-opleidingsbedrijf. Bij een roc wordt de student ingeschreven op het crebo Wand- en plafondmonteur. Vos: “Voor de algemene vakken en basisvaardigheden, zoals maatvoering, wordt de student gekoppeld aan een verwante bouwopleiding, bijvoorbeeld timmeren of stukadoren. Het vakspecifieke gedeelte nemen we uit handen. Specifieke vaktheorie doet de leerling via e-learning en via instructiefilms, waarin een instructeur stap voor stap de kneepjes van de montage voordoet."

Kant-en-klaarproduct

Een vakdocent op afstand is op specifieke tijdslots te raadplegen. Praktijkkennis doet de student op in de beroepspraktijkvorming bij een wand- en plafondbedrijf. Op een centrale plek in het land volgt de student tien praktijktrainingsdagen: de praktijktraining ‘Vaste wanden en plafonds' en een praktijktraining ‘Systeemwanden’, met bijbehorende theorie. Daar wordt ook de proeve van bekwaamheid afgenomen. De Exameninstelling verzorgt het examen voor mbo-niveau 2.

Eddy Gruppen (directeur MBO College Bouw, Infra & interieur, ROC van Twente) is ingenomen met de oplossing, een ‘kant-en-klaarproduct’ dat in samenwerking kan worden ingezet: “Het geheel van aanvullende praktijkinstructie, training van praktische vaardigheden, apparatuur en instructeurs die de laatste ontwikkelingen in de branche kennen, komt zeker tegemoet aan vakmanschap. Met het oog op doelmatigheid is het vervolgens slim als roc’s in de regio de opleiding op één plek concentreren, in plaats van kleine plukjes studenten op vier plekken. Dan kun je een docententeam trainen en zorgen dat ze up-to-date raken met het lesmateriaal. We hebben met de branche afgesproken dat als er 15 kandidaten zijn, we samen gaan zorgen dat ze worden opgeleid.”

Ondanks de behoefte aan personeel worden op dit moment opleidingen als plafond- en wandmontage, maar ook vloerleggen niet of nauwelijks aangeboden. Voor de bedrijven is de mbo-route belangrijk: “Bedrijven hebben behoefte aan gestructureerde opleidingen met civiel effect. Ze zitten niet te wachten op mensen die ‘het trucje kennen’ maar zich bij een iets afwijkende situatie geen raad weten”, zegt Vos. “Theoretische achtergrondkennis is essentieel. Daarom juichen we het ook toe dat er steeds meer beschikbaar komt op het gebied van certificeerbare eenheden. Werkgevers realiseren zich – mede in het kader van duurzame inzetbaarheid – het belang van een goede opleiding.”

Robuust opleidingsprogramma

“Werk genoeg, dat geldt voor nagenoeg alle techniekberoepen”, beaamt Gruppen. “Het probleem zit dan ook niet zozeer in het opleiden, maar in de belangstelling van kandidaten. Onbekend maakt onbemind. Daarbij speelt ook een rol dat techniek en technologie zóveel smaken kennen, dat een brede opleidingsbasis met differentiaties wellicht ook soelaas zou kunnen bieden. Gelukkig stabiliseert het aantal aanmeldingen voor de techniek en is er op bbl-niveau 2 en 3 wel degelijk groei. Het beroepsbeeld van de techniek loopt achter op de actualiteit, waarin volop nieuwe technieken worden toegepast. Het uitbreiden en verrijken van keuzevakken, als eerste kennismaking in het vmbo, zou daarvoor zeker een oplossingsrichting zijn.”

In september gaat de eerste pilotgroep van start. Vos: “Mijn wens is dat er een robuust opleidingsprogramma staat, zodat mensen initieel de opleiding kunnen volgen en er dan op termijn een aantal specialismes aan kunnen toevoegen. De komende tijd zetten we onverminderd sterk in op het breder bekend maken van het beroep en de opleidingen. Via voorlichting op vmbo-scholen en door vmbo-leerlingen op een positieve manier kennis te laten maken met het vak bij opleidingsbedrijven.” Niet zonder resultaat: het profiel vmbo BWI groeide in omvang en in studiejaar 2020/21 is de animo voor afbouwopleidingen in het mbo met ruim 6% gestegen.