Toelichting Kans op werk

Kans op werk toont de toekomstige kansen voor afgestudeerde mbo-studenten. Het gaat om de kans dat een schoolverlater een baan vindt in het verlengde van zijn opleiding.

De berekening gaat uit van een student die nu met de opleiding begint en die in de normale studieduur afrondt. Dus wat is de kans op werk over twee jaar bij een opleiding met tweejarige opleidingsduur en wat is de kans over drie jaar bij een opleiding met een driejarige opleidingsduur.

Kans op werk laat de kansen per beroep zien voor de 35 arbeidsmarktregio's. SBB vernieuwt deze informatie ieder jaar.

Doel

Wat is het doel van Kans op werk?

Het doel van Kans op werk is het in beeld brengen wat de mogelijkheden zijn van een gediplomeerde schoolverlater op de arbeidsmarkt op het niveau en in het verlengde van de gevolgde kwalificatie.  

  • Kans op werk helpt studenten die in 2018 staan voor de keuze van een kwalificatie in het mbo. Kans op werk geeft informatie over het arbeidsmarktperspectief voor aankomende studenten in het mbo.
  • Kans op werk geeft scholen informatie over de behoefte van de arbeidsmarkt aan gediplomeerden.
  • Het bedrijfsleven heeft met Kans op werk een indicatie of er voldoende mbo-gediplomeerden op de arbeidsmarkt beschikbaar komen.

Waar vind je Kans op werk?

  • op de website van SBB
  • in de studiebijsluiters van de mbo kwalificaties
  • op de website doelmatigheid.s-bb.nl
  • op de website KiesMBO.nl
  • in de sectorkamerrapportages op de website van SBB

Doelgroep

  • (Aankomende) studenten, hun ouders, decanen
  • (Georganiseerd) bedrijfsleven
  • Onderwijs: vmbo- instellingen, mbo-instellingen
  • Overige stakeholders zoals UWV en gemeenten
    Lokale) overheden en overige beleidsmakers

Methodiek van Kans op werk

Wat is de definitie van Kans op werk?

De toekomstige Kans op werk op het niveau en in het verlengde van de gevolgde opleiding voor een recent gediplomeerde schoolverlater binnen een jaar na afstuderen. De Kans op werk is van toepassing op aankomende studenten die het komende studiejaar aan een opleiding beginnen en afronden na normale studieduur. Dus voor een tweejarige opleiding over twee jaar en voor een driejarige opleiding over drie jaar, etc. Kans op werk 2018 betreft de periode 2019 tot en met 2022.

Hoe is omgegaan met oude en nieuwe kwalificaties?

Kans op werk wordt bepaald op het niveau van kwalificaties. Uitgangspunt zijn de kwalificaties die in het schooljaar 2018/19 door de onderwijsinstellingen worden aangeboden. In de afgelopen jaren is er een groot aantal identieke kwalificaties met verschillende crebo’s ontstaan. Het genereren van beleidsinformatie wordt hierdoor bemoeilijkt. Er is een overzicht opgesteld van alle kwalificaties en deze zijn geclusterd naar verwantschap. Daardoor is nu zichtbaar welke oude en nieuwe crebo’s bij elkaar horen. De meest recente versie is samen opgesteld met de MBO Raad, Inspectie van het onderwijs, het ministerie van OCW, DUO en SBB.

Crebo-koppeltabel

De Kans op werk wordt uitgedrukt in een vijfpuntsschaal (goed, ruim voldoende, voldoende, matig, gering). Kans op werk wordt één keer per jaar, per kwalificatie, per arbeidsmarktregio bepaald.

Hoe is de regio voor Kans op werk bepaald?

De Kans op werk wordt per kwalificatie voor de afzonderlijke UWV-arbeidsmarktregio's bepaald. Dat betekent dat de Kans op werk niet specifiek betrekking heeft op een mbo-instelling, maar op de plaats waar studenten wonen en bedrijven zijn gehuisvest.Daarbij is het dus voor mbo-instellingen van belang dat bij een analyse alle regio's dienen te worden betrokken uit het verzorgingsgebied waar de studenten wonen die desbetreffende opleiding volgen. In 2018 zijn er 35 UWV arbeidsmarktregio's. Wijzigingen op deze indeling worden in de Staatscourant gepubliceerd.De kans op werk wordt landelijk bepaald en voor de 35 arbeidsmarktregio's.

Hoe is Kans op werk bepaald?

SBB bouwt voort op de wijze waarop de kenniscentra Kans op werk bepaalden. SBB ontwikkelt deze door in een eenduidig en gezaghebbend model, zodat onderwijs en bedrijfsleven goed ondersteund worden bij de keuzes en afspraken die zij willen maken. Hierbij is gebruik gemaakt van de kennis en expertise van de onderzoekers en adviseurs die overgekomen zijn van de kenniscentra naar SBB. Daarnaast wordt SBB bij de doorontwikkeling van het model ondersteund door twee bureaus, Panteia en E,til. Beide organisaties hebben ruime ervaring op het gebied van zowel sectoraal als regionaal arbeidsmarktonderzoek.

Hoe is de vraag bepaald?

Met de vraag bedoelen we de vraag op de arbeidsmarkt naar recent gediplomeerden. De huidige vraag is de basis voor de toekomstige vraag. De huidige vraag wordt bepaald door het aantal vacatures voor een beroep in het verlengde van de opleiding dat geschikt is voor recent gediplomeerden en voor minimaal 12 uur per week. Om de vraag in beeld te brengen gebruikt SBB alle op internet gepubliceerde vacatures. De vacaturespider Jobfeed neemt een centrale plaats in om de totale vraag vast te stellen. Jobfeed registreert dagelijks alle vacatures en verzamelt deze in een bestand. Ook registreert Jobfeed specifieke kenmerken van elke vacature, zoals de functie waarvoor de vacature is, het gevraagde opleidingsniveau, de datum van verschijning en kenmerken van het vacaturestellende bedrijf, waaronder de bedrijfssector en de postcode. Om Jobfeed geschikt te maken voor onderzoeksdoeleinden heeft onderzoeksbureau Panteia weegfactoren vastgesteld, met als richtlijn het totale aantal extern geworven vacatures, zoals is vastgesteld door het CBS. Zo zijn de vacatures die niet via internet gemeld worden ook meegeteld bij de vraag. Jobfeed heeft een beroepenindeling met ruim 5.000 functienamen. Per kwalificatie is vastgesteld welke functienamen in het verlengde van de opleiding liggen. Groot voordeel van Jobfeed is dat de informatie up-to-date is en direct beschikbaar. Het aantal vacatures is gecorrigeerd met het aandeel dat geschikt is voor schoolverlaters.

Waarom een enquête onder leerbedrijven?

De enquête onder leerbedrijven die SBB bij 200.000 leerbedrijven in de zomer van 2017 heeft uitgevoerd, speelt een belangrijke rol. Omdat het leerbedrijven zijn, zijn ze goed op de hoogte van de inhoud en het niveau van de mbo kwalificaties en welke functies er zijn in het verlengde van de opleidingen.

In de enquête is onder andere gevraagd welk aandeel van de vacatures geschikt is voor mbo-schoolverlaters. Ook is gevraagd welke voorkeuren bedrijven hebben bij de opvulling van hun vacatures. Gaat de voorkeur uit naar een recent gediplomeerde, of een werknemer met specifieke werkervaring? Zo krijgen we inzicht in welke mate recent gediplomeerden concurrentie ondervinden van anderen die zich aanbieden op de arbeidsmarkt. Al deze uitkomsten vormen onderdeel van de methodiek.

Ook is in de enquête gevraagd hoeveel nieuwe medewerkers met een bepaalde kwalificatie bedrijven en instellingen hebben aangenomen zonder dat zij daarvoor extern hebben geworven. Dit aantal is opgeteld bij het aantal extern geworven vacatures.

Hoe is het aanbod bepaald?

Het huidige aanbod vormt de basis voor het toekomstige aanbod. Het aanbod bestaat uit recent mbo-gediplomeerden die instromen op de arbeidsmarkt en de overige werkzoekenden, baanwisselaars en nieuwkomers die zich aanbieden op de arbeidsmarkt.

Gediplomeerden die doorstromen (mbo-gediplomeerden die doorleren in een mbo- of hbo-opleiding) naar een vervolgopleiding behoren niet tot het aanbod. Deze gegevens over gediplomeerden zijn afkomstig van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). In het model is uitgegaan van de woonplaats van de afgestudeerde en is rekening gehouden met reisbewegingen tussen arbeidsmarktregio’s.

De groep overige werkzoekenden bestaat uit de groep werklozen die korter dan een half jaar bij UWV staan ingeschreven voor beroepen in het verlengde van de opleiding. Deze groep heeft een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt en is zodoende concurrent voor recent gediplomeerden. Er is een koppeling gemaakt tussen de beroepen indeling van UWV en de huidige kwalificaties.

De onderdelen van de huidige vraag en het huidige aanbod zijn opgenomen in de volgende figuur.

model kans op werk

Waarom een enquête onder leerbedrijven?

De enquête onder leerbedrijven die SBB bij 200.000 leerbedrijven in de zomer en het najaar van 2016 heeft uitgevoerd, speelt een belangrijke rol. Omdat het leerbedrijven zijn, zijn ze goed op de hoogte van de inhoud en het niveau van de mbo kwalificaties en welke functies er zijn in het verlengde van de opleidingen.

In de enquête is onder andere gevraagd welk aandeel van de vacatures geschikt is voor mbo-schoolverlaters. Ook is gevraagd welke voorkeuren bedrijven hebben bij de opvulling van hun vacatures. Gaat de voorkeur uit naar een recent gediplomeerde, of een werknemer met specifieke werkervaring? Zo krijgen we inzicht in welke mate recent gediplomeerden concurrentie ondervinden van anderen die zich aanbieden op de arbeidsmarkt. Al deze uitkomsten vormen onderdeel van de methodiek.

Ook is in de enquête gevraagd hoeveel nieuwe medewerkers met een bepaalde kwalificatie bedrijven en instellingen hebben aangenomen zonder dat zij daarvoor extern hebben geworven. Dit aantal is opgeteld bij het aantal extern geworven vacatures.

Prognose van de vraag

De prognose van de vraag is gebaseerd op de huidige vraag. Het Prisma-model van Panteia verfijnt de te verwachten groei en krimp van de verschillende bedrijfssectoren, landelijk en regionaal. Hiermee wordt recht gedaan aan de sectorale diversiteit. Deze ramingen vormen de basis voor de sectorale prognosemethodieken van Panteia/E,til die zijn gebruikt in het model Kans op werk. De vraag naar vacatures is gebaseerd op de huidige vacatures. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het vacaturemodel van Panteia dat per sector op basis van verwachte productiegroei en mobiliteit het totaal aantal vacatures schat. De vacatures betreffen deels uitbreiding en deels vervanging. De vervanging hangt samen met de uitstroom van werknemers en baanwisselingen. De baanwisselingen zijn relatief hoog in hoogconjunctuur en laag bij laagconjunctuur. Bij de regionalisering bestaat de uitbreidingsvraag uit de verandering in het aantal werknemers. Voor de vervangingsvraag wordt uitgegaan van de verdeling van de mobiliteit over sectoren in het startjaar (2014). Deze prognoses zijn mede gebaseerd op verschillende bronnen, zoals CPB ramingen en de sectorale prognoses van UWV.

Prognose van het aanbod

Voor de prognose van het aanbod is gekeken naar het aantal te verwachten gediplomeerden dat instroomt en de werkzame beroepsbevolking. Gekeken is naar de ontwikkeling van het aantal deelnemers en gediplomeerden in de afgelopen jaren en de verwachtingen ten aanzien van de populariteit van de opleiding en de arbeidsmarktinstroom. Als richtlijn zijn de referentie ramingen van het Ministerie van OCW gebruikt. 

model kans op werk1

Hoe komt de kanstypering tot stand?

De confrontatie van de prognose van de vraag en de prognose van het aanbod leidt tot de bevinding wat de mogelijkheden zijn voor een schoolverlater om in te stromen in de arbeidsmarkt in het verlengde van de opleiding. De confrontatie levert een getalsmatige uitkomst. Deze zijn volgens een vastgestelde vijfpuntschaal omgezet in een kleurtypering. Kans op werk is een uitspraak bezien vanuit de positie van een schoolverlater. De normering verschilt tussen grote en kleine kwalificaties en ziet er als volgt uit:

typering

gering

matig

voldoende

ruim voldoende

goed

geen uitspraak mogelijk

 

veel minder vraag dan aanbod

minder vraag dan aanbod

vraag en aanbod zijn in evenwicht

meer vraag dan aanbod

veel meer vraag dan aanbod

 

Voor welke kwalificaties zet SBB het rekenkundige model in?

Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen zijn er ondergrenzen vastgelegd voor het aantal vacatures en gediplomeerden per kwalificatie. Voor de volgende kwalificaties hebben we de methodiek toegepast:

  • op landelijk niveau voor kwalificaties met 75 tot 200 vacatures (landelijk)
  • op districtsniveau voor kwalificaties met  200 tot 500 vacatures (landelijk)
  • op regionaal niveau voor kwalificaties met 500 vacatures (landelijk) of meer

Als resultaten alleen op landelijk niveau zijn berekend, zijn deze doorvertaald naar de districten en die op districtsniveau naar de onderliggende regio’s. Dat betekent dat de tekens die op landelijk, respectievelijk districtsniveau ook in de onderliggende regio's worden gegeven.

Aanpassingen binnen de methodiek

In het ideale geval zouden we de kans op werk willen berekenen per kwalificatie en per regio. Dat kan alleen als er in een regio genoeg gediplomeerden en vacatures zijn om mee te kunnen rekenen. De ideale situatie is niet altijd van toepassing. Als we de kans op werk niet kunnen berekenen, dan gebruiken we een alternatieve manier om de indicator vast te stellen.

Als het niet mogelijk is om betrouwbare uitspraken over de kans op werk in de toekomst te doen, bieden we een alternatief om de kans op werk vast te stellen. De basis voor dit alternatief zijn de huidige kengetalen over vraag en aanbod. Het is niet mogelijk om de  rekenkundige prognosemethodiek toe te passen. Op pragmatische wijze worden te verwachten toekomstige ontwikkelingen verwerkt. De alternatieve indicator bestaat uit drie categorieën (in plaats van vijf). De kans op werk voor deze kwalificaties is ruim voldoende, voldoende of matig.

De alternatieve indicator zetten we in bij kleine aantallen vacatures en/of gediplomeerden of bij specifieke kwalificaties. Deze laatste kunnen bijvoorbeeld zijn de kwalificaties met veel bbl gediplomeerden en de entree opleidingen.

Ook hier geldt dat de resultaten op landelijk niveau worden doorvertaald naar de districten en die op districtsniveau naar de onderliggende regio’s.

Presentatie van de resultaten

Het resultaat voor Kans op werk is een typering van de kans op werk per kwalificatie en per regio. De typering bestaat uit een vijfpuntsschaal.

Hoe worden de resultaten toegelicht?

SBB presenteert de perspectieven op de website van SBB per kwalificatie en per regio. Daarnaast is er een presentatie van de perspectieven op een landkaart met regio’s in kleuren. Naast de typering zijn ook de waarden van enkele variabelen opgenomen die deel uitmaken van het model. Met behulp van deze variabelen kan de lezer een inschatting maken van de onderdelen vraag en aanbod. Is er bij deze kwalificatie sprake van een arbeidsmarkt met weinig vacatures, veel werkzoekenden, veel gediplomeerden, een klein aandeel gediplomeerden dat beschikbaar is voor de arbeidsmarkt, etc.

Bij kwalificaties waarop het model van toepassing is presenteren we waarden en typeringen van enkele variabelen per regio en landelijk. Aantallen kleiner dan 10 worden niet vermeld.

Op de website is een korte tekstuele toelichting toegevoegd. Ook bij specifieke situaties  bijvoorbeeld in het geval van een groot aandeel bbl’ers, een groot aandeel gediplomeerden dat doorstroomt naar het hbo, een groot aantal zzp’ers, wordt dit opgenomen in de toelichting.

Bij kwalificaties waarop het model niet van toepassing is, waarvoor we de alternatieve indicator tonen, presenteren we op landelijk niveau dezelfde genoemde variabelen, behalve die voor de mate van concurrentie.

Wat betekent dit resultaat?

Een uitspraak kan bijdragen, naast andere bronnen, aan een beter inzicht in de arbeidsmarktrelevantie van een kwalificatie. Om hier een goed beeld van te krijgen is een meerjarige analyse van belang om conjuncturele ontwikkelingen te nuanceren.

De typering doet een uitspraak over de evenwichtssituatie tussen de vraag van de arbeidsmarkt en het aanbod van gediplomeerden. Als de kans gering is betekent dit dat er te veel afgestudeerden zijn in verhouding tot de vraag op arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld: voor de fictieve opleiding zweefvlieger worden 400 afgestudeerden jaarlijks opgeleid terwijl er jaarlijks op de arbeidsmarkt plaats is voor 100 afgestudeerden.

Als het aantal afgestudeerden terugloopt of de vraag op de arbeidsmarkt toeneemt, dan zal dit leiden tot een andere situatie waarbij er evenwicht zal ontstaan. In de fase daarna zal de typering voor deze nieuwe situatie worden aangepast.

Daarnaast is het voor mbo-instellingen van belang dat bij een analyse alle regio's betrokken dienen te worden uit het verzorgingsgebied waar de studenten wonen die desbetreffende opleiding volgen.

Houdt de kanstypering rekening met regionale mobiliteit?

Gegevens over werkenden die buiten de regio werken worden verwerkt in de methodiek. Deze gegevens zijn afkomstig van het CBS.

Onderhoud en beheer

Op welke wijze vindt onderhoud en beheer plaats?

De gegevens worden jaarlijks in januari geactualiseerd. SBB gebruikt in alle uitingen waarin verwezen wordt naar Kans op werk steeds dezelfde typeringen.

Bekijk de cijfers en trends achter Kans op werk

Bekijk de e-learning Kans op werk