‘Vakmanschap van alle tijden’: de uurwerktechnicus

Tegen welke uitdagingen lopen opleiders en (beginnende) vakmensen – ook in de huidige onzeker periode – aan en vooral: hoe lossen zij die op? Hoe geven ze vorm aan een leven lang ontwikkelen? Opleiders, studenten en vakmensen vertellen over ontwikkelingen in het specialistisch vakmanschap en hun liefde voor het vak.

Uit de gesprekken Jaap de Koning, vakdocent aan de Vakschool Schoonhoven, student Uurwerktechniek Daan Billar en horlogemaker Kalle Slaap valt op te maken hoe in de opleiding en het werk een mouw gepast wordt aan het omgaan met het coronavirus. Zo haalt de opleiding theorie-opdrachten naar voren in de online lessen aan studenten. In het stagebedrijf kan de stagiaire in plaats van 5 dagen per week nu om de dag terecht. En ook het atelier werkt met gepaste afstand en zoekt naar wegen om klanten uit het hele land regionaal te kunnen bedienen.   

Van alle tijden: de uurwerktechnicus

Vakschool Schoonhoven is al 125 jaar een begrip in Nederland. Gestart als tekenschool, kwam daar al snel de opleiding Goud- en zilversmeden bij. Ook de opleiding Uurwerktechniek vierde onlangs haar 100-jarig bestaan. Jaap de Koning is oud-leerling van de school waar hij nu lesgeeft. Naast zijn docentschap heeft hij een eigen reparatie-atelier.

In de lift

Eigenlijk is er in 100 jaar in de basis van het vak niet zoveel veranderd,” vertelt De Koning. Na de elektronische uurwerken in de jaren zestig en de quartztechniek in de jaren zeventig en tachtig zijn de laatste twintig jaar de mechanische uurwerken weer in zwang bij verzamelaars. Er is een onderscheid tussen kleinwerk -horloges- en grootwerk, de klokken.  

Vier jaar duurt de mbo niveau 4 opleiding Uurwerktechnicus. Maximaal 24 leerlingen mogen jaarlijks instromen. Dat aantal is nodig om het onderwijs organiseerbaar en betaalbaar te houden. De belangstelling voor de opleiding zit in de lift. De vooropleiding van studenten varieert van vmbo, havo, vwo tot een afgeronde mbo-opleiding. Zichtbaarheid en bekendheid zijn aandachtspunten, waar de school altijd mee bezig is.

Fijnhandvaardig

Waar komen studenten na de opleiding Uurwerktechniek terecht? “De grote horlogemerken in binnen-en buitenland hebben ateliers met 10-20 mensen; kleinere bedrijven repareren een aantal horlogemerken. Door de vraag van de bedrijven is het zelfstandig gevestigde uurwerktechnici afgenomen. Klokkenmakers daarentegen móeten wel bijna als zelfstandige aan de slag. Studenten van de opleiding zijn fijnhandvaardig op de millimeter en dus ook aantrekkelijk voor branches die medische apparatuur maken.”  

Daan Billar, 4e jaars, is bijna klaar met de opleiding Uurwerktechnicus. Op dit moment loopt hij stage bij Breitling. In plaats van elke dag werkt hij nu om de dag. “Op mijn 16e ging ik mee met mijn vader die een horloge kocht bij Gassan. Ik verdiepte me in hoe horloges gemaakt worden en raakte geboeid: ‘dit wil ik eigenlijk ook wel gaan doen’.” Sindsdien reist hij dagelijks vanaf de rand van Zeeland ‘twee uurtjes heen en twee uurtjes terug’. Zijn stageadres is nóg verder weg. “Het is het allemaal waard,” zegt Daan.

Horlogemaker online

Horlogemaker Kalle Slaap -ook oud-leerling van Jaap de Koning- benut bij de uitoefening van zijn specialistische vak social media en online-mogelijkheden, om de belangstelling voor het vak en het contact tussen zijn vakgenoten te bevorderen. “Afgelopen week nog keken mensen uit Washington, Stockholm en München mee door mijn microscoop!”

Kennisdelen staat bij Kalle Slaap hoog in het vaandel. “Als we nu niet kéihard gaan opleiden, dan is het vak door de enorme vergrijzing binnen een aantal jaren praktisch uitgestorven in Nederland en blijft er maar een handjevol bedrijven over,” waarschuwt hij. Daarom is het atelier van Slaap niet alleen een plek voor reparatie en restauratie, maar heeft het ook een functie als kenniscentrum. “Kennisdelen is eigenlijk de enige manier om dit vak te laten voortbestaan. Je moet ermee in aanraking gekomen zijn om geïnteresseerd te raken, waardoor je gemotiveerd raakt om te ontdekken wat een oneindig mooi vak het is...”