Worden wat je altijd al wilde worden. Boswachter bij Natuurmonumenten Lucien Knol deed het en mbo-student Maartje ligt op koers. In een duingebied boordevol vogels en paarse orchideeën leggen ze uit wat het beroep zo mooi maakt.

Het erkende leerbedrijf Natuurmonumenten beschermt natuurgebieden, waardevolle landschappen en cultureel erfgoed. Zo blijft de natuur behouden en kunnen we er met z’n allen nog eeuwenlang van genieten. Eigenlijk heeft Natuurmonumenten dezelfde ambitie als collega-leerbedrijf Staatsbosbeheer. Maar terwijl Staatsbosbeheer bij de Rijksoverheid hoort, is Natuurmonumenten een vereniging met leden.

Belangrijk om jongeren het vak te leren

Lucien Knol is boswachter in natuurgebied het Zwanenwater, een heel divers duinlandschap bij het Noord-Hollandse Callantsoog. De afgelopen dertig jaar begeleidt hij meer dan vijftig mbo-studenten voor opleidingen van Assistent plant, dier of groene leefomgeving tot Opzichter/uitvoerder groene ruimte. “Ik ben praktijkopleider vanaf het eerste jaar dat ik hier werkte”, kijkt Lucien terug. “De toenmalige beheerder vond het belangrijk om jongeren het vak te leren en daar ben ik altijd mee doorgegaan.”

Hoe ziet een werkdag eruit? “Je stopt er ’s ochtends een uurtje in en de rest van de dag zijn de stagiairs gewoon aan het werk”, legt Lucien uit. “Nee hoor”, roept Maartje, die een opleiding volgt bij Yuverta. “De hele dag door leer ik een heleboel. Als we in de duinen aan het werk zijn vertelt Lucien over planten en dieren, legt hij uit waarom we plaggen en hoe je boompjes uitsteekt en nog veel meer. Dankzij mijn stage krijg ik echt een idee van het beroep en weet ik nog zekerder dat ik ook boswachter wil worden.”

Volgende stage in Frankrijk

Net als Lucien weet Maartje van kinds af aan welke richting ze op wil. “Mijn vader zit in het groen en is bevriend met een boswachter. Op die manier zag ik wat voor werk een boswachter doet en besloot ik de opleiding Onderzoeker natuur en milieu te volgen. Omdat we vaak naar Texel op vakantie gaan en dan hierlangs fietsen ken ik deze hoek. Zo heb ik via Stagemarkt.nl bij Lucien gesolliciteerd. Volgend jaar ga ik nog een stukje verder van huis. Dan hoop ik in Frankrijk stage te mogen lopen bij een ecologiebedrijf.”

Het Zwanenwater bruist van de zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, insecten, bloemen en planten. Lucien kent ze bijna allemaal. Niet eenvoudig als je bedenkt dat in ons land alleen al tientallen soorten libellen bestaan. Groot is de vreugde als een medewerker of vrijwilliger een nieuwe soort in het gebied ontdekt, wat twee of drie keer per jaar voorkomt. Lucien: “Dan mag je op taart trakteren. Alles wat gewerveld is doet mee, maar bijvoorbeeld ook vlinders en sprinkhanen.”

Beroep verandert sterk

Tijdens zijn loopbaan ziet Lucien het beroep sterk veranderen. “Twintig jaar geleden waren we buiten aan het werk en zat de administratie ver weg. Als opzichter werkte je tachtig procent van de tijd gewoon mee. Beheerders kwamen al wat minder buiten. En nu heb je gebiedsmanagers die verantwoordelijk zijn voor wel 6.000 hectare natuur en die twaalf medewerkers aansturen. Maar tegelijk zie ik hoe de opleiding meegroeit. Ik sta weleens te kijken van de opdrachten waarmee de stagiairs aankomen!”

Begin dit jaar is het tijd voor de vierjaarlijkse herbeoordeling van de erkenning met adviseur praktijkleren van SBB Henry van Elteren. “Henry heeft me flink doorgezaagd”, lacht Lucien. “Het lijkt wel of de beoordeling steeds strenger wordt. We hebben anderhalf tot twee uur met elkaar gesproken om alle onderwerpen door te nemen. Gelukkig met positief resultaat. Ik mag opnieuw vier jaar lang stagiairs afleveren met meer kennis en ervaring.”

Leerzame workshop van SBB

Met plezier kijkt Lucien terug op de workshop van SBB die hij als ervaren praktijkopleider volgt. “Ik heb er toch weer wat van opgestoken. Het was leuk om te horen hoe je dingen signaleert bij jongeren, op welke wijze je ze motiveert en wat de beste manier is om slechtnieuwsgesprekken en vooral goednieuwsgesprekken te voeren.” Maartje is in elk geval erg blij met haar stage: “Ik denk niet dat ik me een betere praktijkopleider had kunnen wensen.”